Stal Mireille
Slide background
Slide background

If you change the way you look at things,

the things you look at change.

Slide background

"6 hectare weiland veilig afgezet

met hout en schrikdraad"

Slide background

In BIT nummer 219 verscheen een artikel over "Longeren met Mireille den Hoed". Hierbij de onverkorte tekst die journalist Ingrid Damen schreef voor BIT.

Cv
• Revalidatietrainer
• Instructeur Klassieke Dressuur, longeren, dubbele longe, rijden
• Docente opleiding paardenrevalidatie Equicare-Plus
• Gecommitteerde examens Helicon Opleidingen
• Trainer/instructeur methode Antoine de Bodt
• Traint bij Rien van der Schaft

Benodigdheden

Handschoenen
Longeerzweep (lichtgewicht)
Lange, soepele longe
Hoofdstel zonder sperriem, touwhalster of kaptoom

Artikel

Bij Stal Mireille foerageert een uiteenlopend gezelschap. Het ene paard heeft een slap achterbeen, de ander is extreem banaanvormig. Nummer drie drukt de rug weg en weer een ander verheft zich graag op de achterbenen. Deze en andere problemen gaat Mireille den Hoed te lijf met behulp van slechts een enkele longe. Deze trainingskunst brengt Mireille graag over op anderen.

Momenteel heeft de trainster veertien exemplaren onder haar hoede. De paarden zijn zwart, bruin, gevlekt, hyper en flegmatiek, en lopen in kleine groepjes op het land aan de rand van Lienden. "In vrijheid je eigen zin doen is zo belangrijk voor de paarden", zegt Mireille liefdevol, terwijl de poedels Pink en Koen om haar heen dartelen.
Met haar trainingsmethode aan de enkele longe weet de fanatieke revalidatietrainer verbazingwekkende resultaten te behalen. Ze herstelt er de balans van het paard mee. Daardoor veranderen ze vaak niet alleen lichamelijk - vaak verdwijnen kreupelheden en rugklachten - maar gaan ze zich tevens prettiger gedragen. "En je hebt er veel baat bij met het rijden."
Via workshops leert Mireille de techniek aan ruiters. Ze zet daarbij bij voorkeur haar eigen paarden in: die zijn heel goed in staat om het juiste gevoel over te brengen. Hun lichaamshouding toont meteen of de cursisten de juiste hulpen geven. Daarvoor zijn timing en focus van essentieel belang. Mireille vastbesloten: "Maar het begint met theorie."

Losgelaten paard
Haar PowerPoint toont een foto van een glanzend bruin paard aan de enkele longe. Even later showt ze hetzelfde paard live in de buitenbaan. In het begin lijkt het een onopvallend dier, maar tien minuten later is hij veranderd in een schoonheid. Hij briest en zijn spieren rollen losjes over zijn lichaam. Zijn achterbenen bewegen in de vorm van een grote omgekeerde V. Die komt exact overeen met de lijnen die zijn voorbenen beschrijven. Door de beweging van de achterbenen kantelt zijn bekken, met het effect dat zijn rug soepeltjes bolt. Zijn gespierde hals met dikke bundel aan de bovenzijde beschrijft een fraaie welving vanuit de schoft. Verder bevindt zijn laaggeplaatste hoofd zich exact op de loodlijn. De trainster kijkt tevreden. "Dit is een losgelaten paard. In zijn lichaam laat hij een juiste buiging en ontspanning zien."
Het paard in de rijbaan heet De Rechter. Hij werd afgekeurd toen hij vijf jaar oud was. Inmiddels is de ruin achttien jaar en betreedt hij samen met Mireille het wedstrijdterrein op ZZ Licht-niveau.

Lelijke blessures
Een paard goed laten lopen, heeft alles te maken met zijn balans. Mireille: "Doet een paard dat niet, dan zorgt dat voor overbelasting op bepaalde plekken in het paardenlichaam. En dat kan lelijke blessures veroorzaken."
Je hebt twee soorten balans: de verticale en de horizontale. Het verticale evenwicht gaat over het evenwicht tussen links en rechts. Het is de bedoeling dat het paard aan beide zijden evenveel gewicht draagt. Als het gewicht aan de voor- en achterzijde gelijk is, is het dier horizontaal in balans.
"Met de enkele longe bijvoorbeeld gymnastiseer je het paard. Je wilt dat hij naar beide kanten even goed kan buigen. Je traint je dier zodanig dat hij aan beide zijden even soepel en sterk wordt. Daardoor kan hij achter ook steeds meer gewicht gaan dragen." Dit is rechtrichten.
Door te leren kijken naar je paard, kun je vaststellen of hij inderdaad recht marcheert. Houdt een dier zijn hoofd graag hoog, dan kampt hij wellicht met een evenwichtsprobleem. Als hij plat door de bocht gaat, dan is zijn balans zeker niet in orde. Kijkt hij continu naar buiten, dan is het mogelijk dat het gewicht van zijn hoofd en hals hem op de been houden.
Laat het paard zijn hoofd zakken, dan betekent dat niet per se dat hij ook zijn rug loslaat. "Soms zijn hoofd en hals heel soepel, terwijl de rug aanvoelt als een blok beton." Ook luisteren kan aanwijzingen geven. Stampende paarden hebben vaak geen goed evenwicht.

Nageeflijkheid
De balans is een voorwaarde voor het verkrijgen van nageeflijkheid. Over dit onderwerp bestaan in de ogen van de trainster veel misverstanden. Eén ervan is dat je het kunt afdwingen. Dat is in haar optiek niet mogelijk. "Nageeflijkheid ontstaat", benadrukt ze. "Het is een cadeautje: een nageeflijk paard laat je zien dat je correct bezig bent. Niets meer en niets minder." Verder begint nageeflijkheid vanuit het achterbeen en niet vanuit in de kaak en de nek.
Om te kunnen nageven moet het paard recht op de volte zijn en een actief achterbeen hebben. Nageeflijkheid begint in de rug en gaat vervolgens via de schoft, hals, nek en kaak naar de hand van de ruiter.

Aan de slag

1. Longeer in een rechthoekige rijbaan in plaats van in een longeercirkel. Dan weet je zeker dat je paard niet 'plakt' aan de omheining, maar in de ruimte op zoek kan gaan naar zijn balans.
2. Zorg dat je een ronde cirkel behoudt. Als je uitzwaait tot een eiervorm, kan het paard zijn evenwicht namelijk niet vinden. Je kunt de cirkel van tevoren uitzetten met behulp van zaagsel of pionnen.
3. Gebruik een hoofdstel zonder sperriem. Dan kan het paard zijn mond opendoen als hij wil. Bevestig je longe aan de binnenbitring of clip de lijn aan bitring en neusriem tegelijk.
Laat alle hulpteugels achterwege. Die belemmeren het paard in zijn zoektocht naar verticale balans en ontspanning.
4. Houd je longeerzweep in principe laag. Bij overijverige paarden breng je de zweep zelfs achter je rug. Als een paard niet doorloopt, mag je de longeerzweep opheffen.
5. Nu vraag je je paard om op de volte te lopen en je stapt zo'n tien minuten in. Je laat het paard in geen geval aan je hangen!

Mogelijkheden:

Paard gaat over de schouder en neemt te veel teugel of trekt altijd
Dit dier wil naar buiten weglopen. In dit geval maak je de volte kleiner. Je wacht tot het paard recht op de volte komt en zich ontspant. Als hij in balans is, laat je je hand los, ofwel haal je de spanning van de longeerlijn. Blijven herhalen tot het paard zijn balans heeft gevonden.
Een alternatief is vierkanten longeren. Daarbij geven de vier pionnen houvast. Aangekomen bij een hoek vraag je het paard groots naar binnen, waarna je hem loslaat. Ontspannen is in beide gevallen essentieel.

Gaat over de schouder en neemt te weinig teugel
Het dier neemt te veel stelling of buiging in de hals naar binnen en loopt met te veel gewicht op de buitenschouder. Dit ziet er niet onprettig uit, maar het klopt niet!
Haal het paard naar je toe en activeer hem. Nu wil het paard de volte groter maken, dat is goed. Laat hem hierbij de longe uit je hand 'trekken'. Zorg in ieder geval dat hij een beetje blijft 'trekken' aan de lijn. Zo maakt hij zichzelf als het ware recht. Zodra de viervoeter het hoofd weer te veel naar binnen doet en je druk op je lijn verliest, herhaal je de oefening.

Gaat op de schouder/valt naar binnen
Het paard neemt te veel teugel en neemt stelling naar buiten. Ook kan het zijn dat hij plat door de bocht gaat. Begin met stap op de kleine volte, met stelling naar binnen. Zet de schouder naar buiten met de hand of met de zweep. Zorg ervoor dat het binnenachterbeen richting het buitenvoorbeen gaat. Ga vervolgens naar een volte die steeds groter wordt, maar behoud daarbij wel de controle over stelling, schouder en achterbeen.
Je kunt ook vierkanten longeren. Loop mee en laat je paard een rechte lijn afleggen. Ondersteun indien nodig met je zweep. Na een stukje rechte lijn vraag je een wending. Dit zal het paard doen door weer naar binnen te vallen. Direct loopt je weer mee om hem een rechte lijn te laten nemen. Dit herhalen tot het paard het snapt en beter rechtop blijft. Ontspan je hand als het paard loslaat.
Ook een mogelijkheid is om in draf de volte verder te verkleinen. Omdat het dier dan het gevoel krijgt dat het echt zal vallen, brengt het zelf het gewicht naar buiten. Sommige paarden panikeren als je dit doet. Dan kiezen voor een van voorgaande oefeningen!

Paard ontploft
Is je paard fris en wil hij een sprintje trekken, of maakt hij sprongen? Geef hem zo veel mogelijk lijn, trek niet aan je paard. Loop eventueel een stukje mee.

Achterhand of binnenbeen te ver naar binnen
Verklein de volte. Ontspan de longe als de viervoeter loslaat.

Achterhand of binnenachterbeen te ver naar buiten
Vergroot de cirkel waardoor je de voorhand voor de achterhand zet. Activeer. Ontspan als je paard relaxt.

Slap binnen achterbeen
Maak de volte kleiner. Daardoor moet het paard het binnenbeen meer onder de massa plaatsen. Als dat gebeurt, laat het paard los op je hand. Jij ontspant eveneens. Activeer vervolgens en vergroot de volte.

Moeite met de galop
Maak een galopbeweging als je paard niet in galop aanspringt op je stem.
Valt hij snel uit deze gang, dan heeft hij zijn balans waarschijnlijk gevonden. Paarden zonder goed evenwicht, gaan namelijk gelijk terug in tempo op het moment dat ze hun balans hebben gevonden. Buik aanspannen en rug ontspannen kost dan te veel kracht. In dit geval verloopt je training als volgt: activiteit, nageven, instorten, activiteit, nageven et cetera.

In balans
Als je paard rechtgericht is, kun je spelen met de grootte van de volte. Als hij ontspant, mag je verkleinen. Verlaag dan wel het tempo. Het paard vertoont nu een grotere buiging.
Activeer als je de volte vergroot. Dan train je het binnenachterbeen van je paard.

Voor alles geldt; hoe handiger je wordt en hoe sneller je corrigeert, hoe beter het gaat. Het paard leert door herhalen, niet door vast te houden. En wees blij met kleine stukjes als zowel jij als je paard nog niet zo veel ervaring hebben in deze manier van longeren!

Hoe zie je of je viervoeter het goed doet? ( en jij dus ook)
Je kunt aan de beenzetting zien of je een goede buiging hebt. In dat geval loopt het buitenachterbeen in het spoor van het buitenvoorbeen. Het binnenachterbeen komt terecht tussen de twee voorbenen.
Ook de spieren tonen tekenen van ontspanning. Ze gaan in toenemende mate bewegen over het lichaam van het paard totdat ze als het ware gaan drillen.
Verder is de viervoeter geconcentreerd en heeft hij weinig belangstelling meer voor de omgeving.

Rechtgericht
Een paard is rechtgericht op een rechte lijn als:
• Het in verticale balans loopt, dus zijn gewicht gelijk verdeeld heeft over links en rechts
• De hoek tussen paard en grond 90 graden is
• De ruiter midden op het paard zit
• Het gelijke aanleuning geeft aan de beide teugels
• Het een rechte lijn loopt met de ruiter recht op de rug
• Het een voorwaartse neerwaartse tendens heeft
• De buiging links is gelijk aan de buiging rechts.

Cursusdata longeren enkele longe
Zondag 21 september, zaterdag 18 oktober, zondag 23 november

 

Ingrid Damen

logo stal mireille small
Mireille den Hoed

Revalidatietrainer & Instructeur Klassieke Dressuur


Langewei 1A, 4033 CE Lienden
Tel: +31 (0)6 - 24 09 54 82 | info@stalmireille.nl

 CRKBO Instelling  CRKBO Instelling sbb beeldmerk